Blog | Hoe je de impact van een 112-storing eenvoudig kunt verkleinen?

Blog

Velen hebben gemerkt dat KPN maandag 24 juni 2019 een grote storing had. Op het moment dat dit gebeurt merkt niet alleen de operator waar de storing zich voordoet dit. Ook andere operators en providers merken dit. Aangezien we bij Speakup zelf ook weleens met een storing te maken hebben, weten wij dat dit heel vervelend kan zijn. Ondanks dat wij, als operator, onmogelijk de storing kunnen oplossen, doen wij er alles aan om de impact te beperken. Helaas is het zo dat als KPN landelijk uitvalt dat dat ook impact heeft op zo’n veertig procent van onze telefonie en is er maar moeilijk omheen te werken.

Hoewel dit op zichzelf al vervelend is, kwam daar gisteren nog bij dat niet alleen voor KPN maar voor heel het land de 112-meldkamers onbereikbaar werden. Naast de storing voor haar eigen klanten had KPN dus te maken met een nationaal probleem. De publieke functie van 112 is van dusdanig groot belang dat de verantwoordelijkheid hiervoor niet meer volledig bij één partij zou moeten liggen.

 

KPN-storing: dit is de impact

Zoals velen van jullie gemerkt zullen hebben: gisterenmiddag kon je niet bellen met KPN. Zowel mobiele als vaste nummers waren onbereikbaar. Dat is niet alleen vervelend, het is ook gevaarlijk. KPN handelt meer van veertig procent van het Nederlandse telefoonverkeer af, waaronder het verkeer voor treinen, ziekenhuizen, brandweer en politie. Daarnaast handelt KPN het verkeer af van 112. Uitval op deze schaal kost daarmee niet alleen de nodige vertraging bij de NS, maar ook mensenlevens en dat is niet nodig.

Hoe werkt 112 eigenlijk?

112 is niet één nummer. Het is een soort virtueel nummer met daarachter meerdere andere telefoonnummers. Iedere regio heeft haar eigen 112-meldkamer. Naast de regionale meldkamers is er een landelijke meldkamer. Alle gesprekken gaan naar de landelijke meldkamer, die de eerste filtering doet en waar nodig doorschakelt naar de regionale meldkamers.

112 altijd bereikbaar: de quick fix

Op de dag van de grote storing correspondeerde NL-alert -naast het nummer van de Telegraaf- ook een tijdelijk nummer voor de landelijke meldkamer.

Maar als dat tijdelijk kan, dan kan dat ook permanent. Het is heel eenvoudig om bij onbereikbaarheid van een nummer door te schakelen naar een ander nummer. Dus kunnen we om welke reden dan ook het hoofdnummer van KPN, gekoppeld aan de meldkamer, niet bereiken dan schakelen we door naar het back-up nummer dat via een andere provider wordt afgehandeld.

Dit is technisch gezien de meest eenvoudige manier om 112-storingen te voorkomen. Sterker nog, dit hadden andere telecomoperators voor hun klanten kunnen doen, ware het niet dat onduidelijk was hoe lang de situatie zou voortduren en welke nummers officieel hiertoe bestemd waren. Het is dus nuttig dat het Ministerie van J&V hierin een proactieve rol op zich neemt. Dat is essentieel voor een dienst die zo’n maatschappelijke functie vervult.

112 is lang niet voldoende

Dan zijn we er echter nog niet. We hadden ook nog de NS, ziekenhuizen, de brandweer en de politie. Het is lastig om deze instellingen bij een storing als deze, snel om te zetten naar een alternatief systeem. In veel gevallen is een provider namelijk niet alleen de host van een nummer, maar ook de leverancier van de lijnen en de (cloud) centrale. Er zijn echter ook veel situaties waarin dit niet het geval is. Ook daar is een oplossing technisch niet heel complex.

Eén centrale database die vertelt welk nummer bij welke operator hoort

Er is namelijk één centrale database -de COIN database- waarin staat welke telefoonnummers bij welke operator code horen. KPN heeft met de meeste operators directe verbinding, maar het is zeker niet zo dat iedere operator ook rechtstreeks met alle anderen is verbonden.

Bel je met een KPN-nummer naar een Speakup-nummer dan zegt deze database dus eigenlijk: KPN, je belt naar een nummer gekoppeld aan de SPUP operator code. Speakup en KPN hebben een directe interconnectie en het gesprek kan dan ook direct worden doorgestuurd naar het platform van Speakup. Voor Voys, met wie wij dit verhaaltje samenstelden, geldt dat zij achter British Telecom zitten. KPN zal verkeer voor Voys dus naar BT sturen.

Directe koppelingen tussen operators

Onderling maken operators echter ook verbindingen. Zo kan Voys direct zien dat een telefoonnummer gehost wordt bij Speakup en de stap overslaan om het eerst naar BT te sturen. Minder hubs ertussen betekent minder storingen. Meerdere paden naar Rome betekent ook automatisch een fallback.

En wat is nou het fraaie: Direct routeren betekent ook een volledige interconnectie-overeenkomst. Daar hoort dus een businesscase bij. En zo kan het dus dat een tussenschakel commercieel heel rendabel kan zijn, ook als dat partijen dus wel afhankelijker maakt.

Eigenlijk zouden operators (politiek) verplicht moeten zijn om hier wel aan bij te dragen. Daarmee wordt een netwerk namelijk weerbaarder. Niet alleen voor technische storingen, maar ook bij aanvallen op netwerken of DDoS-aanvallen.

Waarom is één nummer gekoppeld aan één provider?

Dit brengt ons automatisch bij de volgende stap. Willen we onze primaire infrastructuur in Nederland echt beter beveiligen dan is één commerciële leverancier niet voldoende. Eigenlijk wil je de eerder genoemde operator code -en dus de telefoonnummers- kunnen hosten bij een primaire en secundaire provider. Of wellicht zelfs bij iedere provider die je op dat moment uitkomt. Ik host mijn nummers bij KPN en als deze niet bereikbaar is -DDoS-aanval, technisch falen van de infrastructuur of een andere cyberaanval-, dan mag je ze over Speakup afleveren. Dit is technisch ingrijpender en het duurt dus langer om dit te realiseren, maar hiermee maak je het Nederlandse telecomnetwerk echt weerbaarder.

Je kunt politiek gezien zelfs nog een stap verder gaan. In het verleden heeft Vodafone een mobiele storing van een week gehad. Eigenlijk zouden storingen die langer dan x dagen duren een reden moeten zijn om een contract te kunnen ontbinden. Hier heeft Europa de European Electronic Communications Code voor, maar de implementatie hiervan lijkt in Nederland alleen gericht op consumenten en bereikt daarmee haar doel niet. Dan maak je het hebben van een technische storing economisch dermate schadelijk voor de bedrijfsvoering dat providers wel naar alternatieven moeten zoeken. Ook een dergelijke bepaling “bij falen is dat een reden voor ontbinden contract” kun je wettelijk vastleggen.

Leren van het internet & ENUM

Als je kijkt naar hoe internetverkeer routeert, dan werkt dit eigenlijk andersom. Je zegt als internetadreshouder tegen de andere internetadresrouteerders “ik zit hier”. Voor de techneuten: je AS-nummer en BGP-routering. Dit zouden we ook in telecomoperatorland kunnen invoeren en zou veel meer robuustheid brengen.

Bovendien is er nog een techniek die ENUM heet. Bij ENUM kun je voor een telefoonnummer of telefoonnummerreeks heel erg veel extra informatie opslaan. Bijvoorbeeld, zoals hierboven geschetst, dat er meerdere wegen naar Rome zijn, alleen dan op het niveau van een eindgebruiker, niet alleen op het niveau van een operator. Dit concept noemen we multihoming. Dit wordt op dit moment, ondanks dat de techniek al meer dan tien jaar oud is, nog nauwelijks gebruikt, maar zou wel een rijke toevoeging zijn.

Waar een wil is…

Grote instellingen, zoals overheden, hebben er een handje van om hun telecomdiensten via grote aanbestedingen in te kopen. Dat is natuurlijk heel praktisch, want de klant heeft er maar één keer werk aan en met een beetje mazzel krijg je een scherpe aanbieding. Maar voor bepaalde kritieke diensten wil je misschien een stapje verder gaan, en wil je helemaal niet afhankelijk zijn van één aanbieder. Dan moet je zelf iets meer de regie in handen nemen en de kavels zoals dat zo mooi heet kleiner maken.

Wettelijk zien we ook wat kansen. De telecomwet gaat ervan uit dat een telefoonnummer bij één afnemer hoort, maar technisch gezien ook dat daarbij één operator hoort. Die koppeling kunnen we met de huidige staat van technologie feitelijk loslaten. Dat stelt de weg open voor slimme oplossingen van partijen die multihoming kunnen ondersteunen. Het is dan wel belangrijk dat een handvol grote partijen (in het bijzonder de telecomaanbieders met een belangrijke rol als zogenoemde transitpartij) hierin de impuls krijgen om mee te werken. Multihoming kan aan hun businessmodel knagen. Hier komt bij dat aanbestedingen bedoeld waren om juist het mkb toegang te geven tot deze grote klanten.

Al met al genoeg gereedschappen om de impact van telecomstoringen te verkleinen. Nu nog de bereidwilligheid om deze gereedschappen ook in te zetten, bij operators, maar vooral ook bij de politiek.

 

Dit stuk is tot stand gekomen in samenwerking met Mark Vletter en zijn collega’s van telecomprovider Voys.